Producten

Objectieve Aansprakelijkheid

Deze verplichte verzekering werd van kracht vanaf 1 maart 1992. Dit heeft tot gevolg dat wanneer een derde schade lijdt ten gevolge van brand of ontploffing in een inrichting die voor het publiek toegankelijk is, hij de uitbater van deze inrichting steeds aansprakelijk kan stellen voor zijn geleden schade zonder dat hij in hoofde van deze uitbater een fout dient te bewijzen. We spreken daarom over "objectieve" of "foutloze" aansprakelijkheid.

De uitbater van een dergelijke inrichting zal dus altijd gehouden zijn de door derden geleden lichamelijke en stoffelijke schade te vergoeden binnen de door de wet opgelegde kapitalen.

De verzekeraar “objectieve aansprakelijkheid” die de schade effectief uitbetaalt zal achteraf wel kunnen verhalen op de eventuele aansprakelijke derde.

De wet voorziet 15.000.000 euro voor de lichamelijke schade en 750.000 euro voor de materiële schade. Deze beperking is van toepassing per schadegeval, onafhankelijk van het aantal slachtoffers.

Volgende inrichtingen vallen onder de toepassing van deze wet:

  • Dancings, discotheken en alle openbare plaatsen waar gedanst wordt (hieronder vallen ook de openluchtbals);
  • Restaurants, frituren en drankgelegenheden wanneer de toegankelijke oppervlakte ten minste 50m² bedraagt (ook openluchtinrichtingen zoals terrassen zijn hierin begrepen);
  • Hotels en motels met minstens vier kamers en die minstens tien klanten kunnen ontvangen;
  • Kleinhandelwinkels waarvan de verkoopruimte en de aanpalende opslagruimte een totale oppervlakte van ten minste 1000 m² hebben;
  • Jeugdherbergen;
  • Artistieke cabarets en circussen; Bioscopen en theaterzalen;
  • Casino's;
  • Culturele centra;
  • Polyvalente zalen, waar o.a. voorstellingen, openbare vergaderingen en sportmanifestaties worden georganiseerd;
  • Sportzalen;
  • Schietstanden;
  • Stadions;
  • Handelsbeurzen en tentoonstellingszalen;
  • Gesloten kermisinstallaties waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 100 m² bedraagt;
  • Opblaasbare structuren;
  • Handelsgalerijen waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte gelijk is aan of groter dan 1000 m²;
  • Pretparken (inclusief lunaparken);
  • Ziekenhuizen en de verzorgingsinstellingen;
  • Service- flatgebouwen, woningcomplexen met dienstverlening en rusthuizen voor bejaarden;
  • Inrichtingen voor onderwijs en beroepsopleiding;
  • De kantoorgebouwen waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 500 m² bedraagt;
  • Stations, het geheel van de metro-installaties en de luchthavens;
  • Gebouwen voor de uitoefening van erediensten, waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 1000 m² bedraagt;
  • Gebouwen van de hoven en rechtbanken.


Als de objectieve aansprakelijkheid niet door een verzekering gedekt is, mag de bedoelde inrichting niet voor het publiek toegankelijk zijn.  Of die verplichting nageleefd is, moet gecontroleerd worden door de burgemeester van de gemeente waar de instelling gelegen is. Het niet naleven van die verplichting leidt tot strafrechtelijke sancties en de sluiting van de instelling. De verzekeringsmaatschappij levert bij het afsluiten van deze verzekering een attest af dat moet overgemaakt worden aan de plaatselijke burgemeester.