Producten

Objectieve Aansprakelijkheid

Deze verplichte verzekering werd van kracht vanaf 1 maart 1992. Dit heeft tot gevolg dat wanneer een derde schade lijdt ten gevolge van brand of ontploffing in een inrichting die voor het publiek toegankelijk is, hij de uitbater van deze inrichting steeds aansprakelijk kan stellen voor zijn geleden schade zonder dat hij in hoofde van deze uitbater een fout dient te bewijzen. We spreken daarom over “objectieve” of “foutloze” aansprakelijkheid.

De uitbater van een dergelijke inrichting zal dus altijd gehouden zijn de door derden geleden lichamelijke en stoffelijke schade te vergoeden binnen de door de wet opgelegde kapitalen.

De verzekeraar “objectieve aansprakelijkheid” die de schade effectief uitbetaalt zal achteraf wel kunnen verhalen op de eventuele aansprakelijke derde.

De wet voorziet 15.000.000 euro voor de lichamelijke schade en 750.000 euro voor de materiële schade. Deze beperking is van toepassing per schadegeval, onafhankelijk van het aantal slachtoffers.

Naast een aantal commerciële en openbare inrichtingen vallen de volgende ook onder toepassing van deze wet:

  • polyvalente zalen voor o.m. voorstellingen, openbare vergaderingen en sportmanifestaties (ook dus buurthuizen, parochiezalen, auditoria, enz...);
  • sportzalen, zwembaden, schaatsbanen, bowlings, fitnesscentra, gymnasium en bijhorende inrichtingen zoals douchecellen en kleedruimten (niet van toepassing op sportinrichtingen in open lucht).

De verzekeringsmaatschappij levert bij het afsluiten van deze verzekering een attest af dat moet overgemaakt worden aan de plaatselijke burgemeester.