Producten

Objectieve Aansprakelijkheid

Deze verplichte verzekering werd van kracht vanaf 1 maart 1992. Dit heeft tot gevolg dat wanneer een derde schade lijdt ten gevolge van brand of ontploffing in een inrichting die voor het publiek toegankelijk is, hij de uitbater van deze inrichting steeds aansprakelijk kan stellen voor zijn geleden schade zonder dat hij in hoofde van deze uitbater een fout dient te bewijzen. We spreken daarom over “objectieve” of “foutloze” aansprakelijkheid.

De uitbater van een dergelijke inrichting zal dus altijd gehouden zijn de door derden geleden lichamelijke en stoffelijke schade te vergoeden binnen de door de wet opgelegde kapitalen.

De verzekeraar “objectieve aansprakelijkheid” die de schade effectief uitbetaalt zal achteraf wel kunnen verhalen op de eventuele aansprakelijke derde.

De wet voorziet 15 miljoen euro voor de lichamelijke schade en 750.000 euro voor de materiële schade. Deze beperking is van toepassing per schadegeval, onafhankelijk van het aantal slachtoffers.

Het Koninklijk Besluit van 28 februari 1991 somt een reeks van instellingen op die vallen onder de verplichte verzekering ‘Objectieve Aansprakelijkheid Brand en Ontploffingen’.

  • dancings, discotheken en alle openbare gelegenheden waar gedanst wordt (hieronder vallen ook de openluchtbals);
  • restaurants, frituren en drankgelegenheden wanneer de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 50 m² bedraagt (per inrichting berekend, terrassen meegeteld);
  • hotels en motels met ten minste 4 kamers én die ten minste 10 klanten kunnen ontvangen;
  • kleinhandelswinkels waarvan de verkoopruimte en de aanpalende opslagruimte een totale oppervlakte telt van ten minste 1.000 m² (hier wordt bedoeld elke verkoop aan de particulier, parkings worden niet meegeteld tenzij zij voor de detailverkoop worden benut);
  • jeugdherbergen;
  • artistieke cabarets en circussen;
  • bioscopen en theaters;
  • casino's;
  • culturele centra;
  • polyvalente zalen voor o.m. voorstellingen, openbare vergaderingen en sportmanifestaties (ook dus buurthuizen, parochiezalen, auditoria, enz...);
  • sportzalen, zwembaden, schaatsbanen, bowlings, fitnesscentra, gymnasium en bijhorende inrichtingen zoals douchecellen en kleedruimten (niet van toepassing op sportinrichtingen in open lucht);
  • schietstanden (ook voor boogschutters);
  • stadions;
  • handelsbeurzen en tentoonstellingszalen
  • gesloten kermisinstallaties waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 100 m² bedraagt;
  • opblaasbare structuren (die overeind worden gehouden door een kunstmatig gecreëerde overdruk), de klassieke tenten vallen hier niet onder;
  • de handelsgalerijen waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte gelijk is of groter dan 1.000 m² (het betreft de handelsgalerij als dusdanig);
  • pretparken en lunaparken;
  • ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen (die vallen onder de medische sector, bv. revalidatiecentra) (schoonheidsinstituten zoals sauna's vallen hier niet onder);
  • service-flatgebouwen voor bejaarden, de woningcomplexen met dienstverlening en de rustoorden;
  • de inrichtingen voor onderwijs en beroepsopleiding (de sector van de permanente vorming valt hier niet onder);
  • kantoorgebouwen met een totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte van ten minste 500 m² (de oppervlakte van de parkings in het gebouw gelegen wordt meegeteld; vanaf 500 m² valt heel het gebouw onder toepassing van de reglementering, hierin begrepen zijn de kantoorgebouwen gebruikt voor de uitoefening van vrije beroepen);
  • de stations, het geheel van metro-installaties en de luchthavens, incl. perrons;
  • de gebouwen voor de uitoefening van erediensten
  • de gebouwen van de hoven en rechtbanken.
  • ...

Als de objectieve aansprakelijkheid niet door een verzekering gedekt is, mag de bedoelde inrichting niet voor het publiek toegankelijk zijn.  Of die verplichting nageleefd is, moet gecontroleerd worden door de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is. Het niet naleven van die verplichting leidt tot strafrechtelijke sancties en de sluiting van de inrichting. De verzekeringsmaatschappij levert bij het afsluiten van deze verzekering een attest af dat moet overgemaakt worden aan de plaatselijke burgemeester.